Onderstaande lijst is de uitkomst van de research en de uitvraag van Buro StrakZ bij 120 mensen in zorg en onderwijs in diverse functies en rollen. Hoe ziet de zorgprofessional van de toekomst eruit?
Over welke kennis en vaardigheden en karaktereigenschappen beschikt die?

Er is geen volgorde in belangrijkheid in deze top 50. Die is in elke functie immers anders. En er is nog geen rubricering zoals je ziet. De lijst wordt nog steeds verfijnd en aangevuld. We zijn benieuwd naar jouw mening.

Zoals je ziet zijn sommige vaardigheden ook nu al heel belangrijk in het curriculum en zijn anderen wat  meer toekomstgericht. Ook ontbreken de huidige benodigde verpleegkundige handelingen, medische kennis, verzorgingsskills of kennis van begeleidingsmethodieken. Dat wil natuurlijk niet zeggen dat die vaardigheden niet meer van belang zijn. Dit is geen wetenschappelijk onderzoek maar simpelweg een antwoord op de vraag: hoe ziet die zorgprofessional van de toekomst er uit qua kennis, vaardigheden en karakter.

Wat mis je? Wat kan weg volgens jou?

De zorgmedewerker van de toekomst:

  1. Is flexibel en wendbaar. Past zich makkelijk aan bij verandering
  2. Managet de beschikbare tijd die hij heeft vanuit persoonlijk leiderschap
  3. Neemt verantwoordelijkheid voor eigen fitheid, vitaliteit en energiehuishouding
  4. Ziet vrijwilligers, mantelzorgers en cliënten als volwaardige en gelijkwaardige partners
  5. Maakt waar mogelijk gebruik van, betrekt en ziet kansen in het informele netwerk van de cliënt
  6. Is veerkrachtig en herstelt snel na stress en tegenslag
  7. Ondersteunt de mantelzorger en coacht hem of haar om zijn zorgtaken goed te kunnen doen
  8. Stelt alle medische informatie beschikbaar en coacht de zorgvrager om samen tot een beslissing te komen over begeleiding, verzorging en behandeling.
  9. Heeft kennis van evidence based methodes en zet deze in in het werk
  10. Reflecteert doorlopend op zijn eigen handelen vanuit de behoefte optimale kwaliteit te leveren
  11. Neemt op effectieve en adequate wijze deel aan een zorgteam, ketenzorg en interdisciplinaire samenwerking en begrijpt dat iedereen een taak en een rol daarin heeft
  12. Signaleert zelf welke vaardigheden hij nodig heeft om zijn werk nu en in de toekomst goed te kunnen doen en neemt zelf initiatief om die te verkrijgen
  13. Heeft inzicht in zijn eigen leervaardigheden en monitort zijn eigen leerproces op basis van zijn eigen stijl en voorkeur. Zorgt er zelf voor dat hij de benodigde trainingen en cursussen daarvoor inplant
  14. Is tolerant ten opzichte van diversiteit en heeft kennis van diverse multiculturele verschillen van rituelen en begeleidings-en verzorgingsmethodes
  15. Staat met regelmaat stil in de hectiek van de zorg en denkt analytisch en kritisch na.
  16. Kan dominante visie en waarnemingspatronen loslaten, is nieuwsgierig naar hoe dingen slimmer, beter sneller kunnen
  17. Beschikt over digitale vaardigheden om zijn administratieve en technologische taken snel en efficiënt uit te kunnen oefenen.
  18. Houdt rekening met de (mogelijk) beperkte digitale vaardigheden en gezondheidsvaardigheden van de cliënt
  19. Heeft kennis van verschillende social media en hoe hij die kan gebruiken om zichzelf of zijn organisatie te profileren, zijn netwerk te vergroten en kennis te vergaren
  20. Heeft kennis van de kansen en uitdagingen die spelen rondom social mediagebruik van cliënten en richt zijn begeleiding hier op
  21. Heeft kennis van infobesitas (de obsessieve neiging om steeds weer op zoek te gaan naar informatie) en het effect daarvan op zijn eigen gezondheid en functioneren en dat van de cliënt
  22. Kan zich zowel concentreren op als afsluiten voor visuele en auditieve prikkels van technologische middelen en apparaten op de werkplek
  23. Heeft kennis van protocollen maar gebruikt zijn verstand om zelf keuzes te maken die passen binnen de strategische doelstelling van de organisatie en de vraag van de cliënt
  24. Kan creatief denken, flexibel associëren en snel meerdere (out of the box) oplossingen bedenken voor uitdagingen in zijn werk of in het leven van de cliënt
  25. Heeft een goed probleemoplossend vermogen
  26. Reflecteert op zijn eigen handelen
  27. Kan informatie vergaren van het internet en op waarde schatten qua actualiteit, veiligheid en betrouwbaarheid
  28. Weet waar een veilig wachtwoord aan voldoet en hoe hij de verschillende wachtwoorden kan onthouden/ veilig kan bewaren
  29. Gaat ethisch en veilig om met het online vastleggen en delen van informatie over de cliënt en beschermt zijn privacy
  30. Weet welke data gemeten worden in de zorg en is alert dat deze met toestemming van de cliënt geworven worden.
  31. Analyseert en interpreteert binnenkomende data die afkomstig zijn van zelfmetingen en automatische controles
  32. Vertrouwt op en maakt gebruik van beschikbare data bij het opstellen en uitvoeren van een behandel-of begeleidingsplan
  33. Werkt samen met en voor mensen van verschillende culturele, etnische en sociale achtergronden en past zijn werkwijze daar op aan.
  34. Weet wat positieve gezondheid is, stimuleert cliënten tot het ondernemen van gezondheid bevorderende activiteiten en richt zich op wat er allemaal nog wel kan
  35. Heeft kennis over duurzaamheid en draagt bij aan een duurzame inzet van personeel, middelen, en materialen
  36. Neemt verantwoordelijkheid over zijn eigen werk
  37. Is ondernemend en benut kansen in de omgeving die bijdragen aan bestaande of nieuwe doelen
  38. Heeft een groot empathisch vermogen
  39. Heeft kennis van bestaande technologische oplossingen voor zijn doelgroep
  40. Vertrouwt op technologie maar blijft gezonde verstand en intuïtief inzetten om zich te richten op de mens in plaats van de technologie.
  41. Denkt kritisch mee over welke eHealth producten passend zijn bij de vraag van zijn cliënt
  42. Gebruikt eHealth toepassingen die efficiënt en tijdbesparend zijn voor zijn eigen werk
  43. Kan het nut en de werking van eHealth helder uitleggen aan de cliënt en zijn/haar verwanten
  44. Bewaakt de balans tussen schermtijd en live zorg
  45. Benoemt ICT-problemen en kaart deze aan bij de juiste afdeling of leverancier
  46. Verleent veilige en warme zorg op afstand wanneer mogelijk, bijvoorbeeld via beeldcommunicatie
  47. Heeft basiskennis van omgevingspsychologie en het effect van zaken als licht, kleur, zichtlijnen, contrasten, materialen, geluid en oriëntatie op de zorg
  48. Signaleert onnodige administratieve handelingen en komt met verbetersuggesties
  49. Komt voor zichzelf op en zegt bij herhaling nee wanneer nodig

 

Suzanne Verheijden
Buro StrakZ, maart 2021